Tussen_koe_en_kunst

 

Warmond en boerderijen

 


Op de grond van het dorp Warmond (gemeente Teylingen) zijn bijna veertig boerderijen gelegen. De belangrijkste concentraties zijn de dorpskern (12), het Oosteinde (8) en het Lage Land (15). Op de Warmondse grens van de gemeente Haarlemmermeer, Lisse en Sassenheim bevindt zich zuivelboerderij Pennings. Zie foto kaasmakerij.
De meeste boerderijen zijn gelegen langs een sloot, 'wijk' genaamd. Deze heeft te maken met de oorsprong van de boerderijen in het veenweidegebied. Traditioneel, in de 14 de, 15de en 16de eeuw, was de bevolking sterk gericht op de visserij. Sommige boerderijen zijn uit de visserij ontstaan en waren in eerste instantie een gemengd bedrijf. Door nieuwbouw en verbouwingen in vooral de 18 de en 19 de eeuw is van die oorspronkelijke functie nauwelijks meer iets terug te vinden. Vooral in de Dorpskern waren de meeste boerderijen vaarboerderijen. Een groot deel van het land was in de polders van de Kagerplassen (vroeger Haarlemmermeer) gelegen. Met name in de Zwanburgerpolder, de Hofpolder, Groot- en Klein-Hemmeer en de Lakerpolder.

De Tuinder- en Kogjespolder heeft een eigen boerderij, die een van de meest geïsoleerde plekken in Zuid-Holland is. In de winter, verstoken van gas, water en elektra, en met dun ijs is de boerderij onbereikbaar.

In de Dorpskern zijn de meeste boerderijen van functie veranderd. Sinds begin jaren zestig is de klad erin gekomen. Belangrijkste oorzaken waren de ontzanding van een belangrijk deel van de Zwanburgerpolder, geen opvolging en verandering in de bedrijfsvoering. Bij dat laatste is vooral schaalvergroting en mechanisatie belangrijk. Bijvoorbeeld de boerderij van de familie Van Rijn bij de Baan was een boerderij met ca. 14 melkkoeien die met de hand gemolken werden op ’t Ooievaarsnest en in de Klinkenbergerpolder. Zes hectare land en veertien koeien, dat lukt niet meer in de huidige tijd. Hoewel in Warmond de boerenbedrijven nog vrij kleinschalig zijn, is een aantal koeien van tussen de 30 en de 100 in deze bedrijven normaal.

Meer over enkele boerenbedrijven in de Dorpskern:

Boerderij Ouderswens van Jan van Rijn.
De boerderij Oudershoeve aan de Dorpsstraat had in de jaren 30 de luxe van twee opvolgers. Voor zoon Jan is in 1937 de boerderij Ouderswens gebouwd; het is daarmee de jongste boerderij van de Dorpskern. Die Jan is de vader van de huidige eigenaar Jan. De ervoor gelegen boerderij is toen tot enkele decennia geleden door zijn oom Jaap van Rijn gerund. De boerderij heeft een Zuid-Hollandse stal. De koeien zijn met de koppen naar elkaar opgesteld. Er is een brede voorgang, de deel genaamd, waar de koeien hun voer krijgen. Het ras van de koeien past perfect bij de karakteristiek van een vaarboerderij. Het zijn de wat zwaardere (rode) blaarkoppen, die gewend zijn om vlees op de botten te houden, en minder afhankelijk zijn van krachtvoer. Fries stamboekvee is lichter geeft meer melk maar moet bijgevoerd worden; veel boeren hebben tegenwoordig wat “Amerikaans bloed in hun stal”, daardoor zijn de koeien groot en slank, geven veel melk en moeten veel krachtvoer krijgen. De koeien op deze boerderij gaan in mei het land in en worden soms pas in november/december naar huis gehaald. In de periode vanaf december komen steeds meer koeien 'droog te staan' en zijn de koeien minder afhankelijk van het weer. Eenmaal op stal kondigen de eerste kalfjes zich in januari/februari al aan. Voor de koeien in mei naar het land gaan hebben alle koeien gekalfd. Als de koeien in de polder aan de overkant lopen kan geen gebruik worden gemaakt van Kunstmatige Inseminatie. Dus heeft deze boer een jonge en een oudere stier. Het ras wordt zuiver gehouden. Soms wordt er een stier geruild met een andere boer om nieuw bloed te krijgen. De koeien zijn van een speciaal soort (gen) blaarkoppen. Dit is zichtbaar aan de niet geheel evenwichtige en strakke “blaar” op de kop aangeduid als “grimel”.

De productie van 40 melkkoeien van dit bedrijf is ca. 180.000 kilo melk per jaar.
Dat varen is een soms moeilijke aangelegenheid. Vroeger moesten de boten met hooi door het sluisje van de Zwanburgerpolder. Vaak was er zoveel hooi opgeladen dat men er niet doorheen kon.
Tegenwoordig wordt gras op het land verpakt in die grote zwarte balen. Die wegen 600 kilo. Ze zijn heel glad en afgelopen jaar was er zo’n baal van de boot geschoven. Krijg hem maar weer eens binnenboord. Dat lukt je nooit.

Boerderij “De Burcht” van de familie Van der Voort
Op de plek waar nu de boerderij genaamd “De Burcht” aan de Burgemeester Ketelaarstraat nr 25 staat, stond in 1667 al een boerderij. Deze was toen eigendom van Jacob Jacobsz. Rousch. In 1743 was dit “een welgelegen huijsmanswoning met huijsinge, erven, schuur, somerhuijs, twee hooijbergen, kaarnmolen, varkenshok en dorsvloer, stalling voor omtrent dertig koebeesten”.

In vermoedelijk 1785 werd deze boerderij, tezamen met de z.g. “Klaphekwey” aangekocht door de heer van Warmond, C.P. baron van Leyden.
De boerderij was voor de baron van “strategisch belang”. Zowel aan het landgoed liggende weilanden als de producten die er verbouwd werden kwamen binnen zijn bereik. In die tijd werd de rijkdom van een landheer toch ook wel zichtbaar door het aantal boerderijen, dat tot het landgoed behoorde.

Tot 1960 is de boerderij onderdeel geweest van het Landgoed Huys te Warmond. In die tijd was het eigendom van de familie Krantz. Deze familie had eind jaren ’50 van de vorige eeuw een financieel probleem dat wel even door een projectontwikkelaar opgelost zou worden. Er werden in het bos een twintigtal bungalows gepland. De gemeenteraad, met de toenmalige burgemeester Jhr. Mr. L.M.E. von Fisenne voorop, besloot het landgoed te verwerven voor de Gemeente Warmond. Aanvankelijk was het de bedoeling om hierin het gemeentehuis te vestigen.
Na ingewikkelde onderhandelingen werd het bos met kasteel en boerderij “De Burcht” overgedaan aan de gemeente. Deze werd echter gedwongen door de Provincie het kasteel direct te verkopen aan een stichting en het bos aan het Zuid-Hollands Landschap, voor wie dit een van de oudste bezittingen is.
Op deze wijze kwam Boerderij De Burcht, dat in het witte pleisterwerk, met riet bedekt, romantisch tussen de fruitbomen ligt, in bezit van de gemeente Warmond. Jarenlang werd het gepacht door de familie Van de Voort. In de jaren 90 kwam daar een einde aan, toen bij een van de vele “kerntaken-discussies” in de gemeenteraad het bezit van onroerend goed aan de orde kwam. Boer Van der Voort mocht zijn boerderij van de gemeente overnemen.

 

terug Wie Wat Waar
 

 

Zuivelboerderij Pennings


Hofstede Weltevreden en
De Boschhoeve van de familie(s) Heemskerk

De Hofstede Weltevreden aan de Beatrixlaan is een van de oudste boerderijen uit de dorpskern. Voor 1600 was er op deze plek reeds een agrarisch bedrijf. Dit was voor een deel een veehouderij maar ook een vissers- en landbouwbedrijf. De stal van de boerderij dateert nog uit deze tijd. Het woonhuis en zomerhuis zijn in 1859 gebouwd. Het areaal van deze boerderij was zeker voor de maatstaven van die tijd bijzonder groot. Zo’n 26 ha land. Aan westelijke zijde raakte het land de huidige Rijksweg 44 en liep het land door tot aan de boerderij. Daaronder vielen dus de landerijen van de huidige boerderij Boschhoeve van Heemskerk aan de Herenweg, de bollenvelden aan weerszijden van die boerderij en het grondgebied waar de huidige Koninginnebuurt is gevestigd (in de jaren 60 gebouwd). Via het water langs het bos werd er gevaren naar het land in de Zwanburgerpolder (en Hemmeerpolder). Zo’n grote boerderij had veel personeel en om het personeel over die afstanden (enkele kilometers) naar huis te roepen voor het eten werd de klok geluid ( zie torentje). Het dak van de boerderij is belegd met Oegstgeester leien die voorzien zijn van de naam van de leienbakker.

De familie Heemskerk heeft de boerderij in 1803 toevallig verworven. In het cafe/restaurant bij het Tolhek werd de boerderij geveild. De koper kon echter niet het geld op tafel leggen en meldde zich bij de boerderij aan de overzijde (Boerderij Overveer). Deze boer Heemskerk had meerdere opvolgers en aan een van hen, te weten Leendert Heemskerk, deed de sombere koper zijn verplichting over. De prachtige bomen, platanen, taxus en leilinden, voor de boerderij zijn in 1859 geplant. Deze boerderij heeft ook een zogenaamde Lijkendeur. Deze deur werd vrijwel nooit gebruikt, alleen als er een overledene werd uitgedragen. Als je over de Beatrixlaan langs de boerderij loopt zie je een slootje dat langs de achterzijde van de stal tot de straat loopt. Dat is de wijk waar vroeger de koeien, de mest en het hooi werden aan en afgevoerd. De zestien koeien lopen tegenwoordig op het Ooievaarsnest (het weiland rondom het ooievaarsnest) en achter de Oude Toren.

Boschhoeve
Waar nu de Beatrixlaan is was in 1910 een schuur gebouwd. In 1918 is die steen voor steen afgebroken en vervolgens aan de Herenweg opgebouwd als Boerderij de Boschhoeve (1918). Ook hier werd het bedrijf gesplitst om de twee opvolgers ieder een eigen bedrijf te geven. Jan Heemskerk, die momenteel samen met zijn zoon Leo, op die boerderij zijn bedrijf uitoefent is een zoon van de eerste boer op die boerderij, die ook Leendert Heemskerk heette.

Zuivelboerderij Pennings
Jan, Riet en Corné Pennings hebben een zuivelboerderij met een Groene Hart Landwinkel. Sinds 1970 maken ze kaas en sinds die tijd wordt er ook rechtstreeks aan de consument verkocht. In Warmond zijn ze één van de vijf boerderijen waar boerenkaas wordt gemaakt. Het maken van boerenkaas is een bijzonder proces. Bij Pennings gebeurt dat van generatie op generatie op een traditionele wijze. Door technische ontwikkelingen neemt de kwaliteit van boerenkaas nog steeds toe. Bij Pennings wordt behalve Goudse boerenkaas ook komijn, brandnetel, peper, mosterd en fenegriek kaas bereid. De Groene Hart Landwinkel is dagelijks van 9.00 uur tot 12.30 uur open en zaterdag van 9.00 uur tot 17.00 uur.

Adres: Hellegatspolder 1, Warmond, post 2160 AX Lisse.
Website: www.zuivelboerderijpennings.nl

De Vaarboerderij
In Warmond zijn vele boerderijen aan de oostzijde van de Dorpsstraat gelegen. De Leede en de plassen scheiden van oudsher de boerderij van de in de polders gelegen weilanden. De koeien worden in het voorjaar in een veeschuit naar het weiland gevaren. In het late najaar komen ze op dezelfde wijze weer naar de boerderij. De boer duwde de veeschuit met “een vaarboom” vooruit. Het gebeurde nog al eens dat de vaarboom bleef steken in de venige ondergrond van de Leede, waardoor de boer stuurloos met zijn koeien op het water dreef. Door het roer heen en weer te bewegen kwam hij dan, na veel tobben, weer bij de vaarboom terug.

Varen is en was voor deze boeren een dagelijkse bezigheid. ’s Ochtends vroeg de koeien melken. Daarna stond er een stapel boterhammen (10 – 20) klaar, waarna er weer gevaren werd om op het land te gaan werken. In het voorjaar de mest uitrijden, in de zomer gras maaien en hooien en in het najaar de sloten schoon maken. De boerin bracht vroeger, met de roeiboot, een tas met een warme hap. Aardappelen, gehaktbal, bonen of bloemkool, jus en een pannetje havermout. Een “beste hap” voor de hongerige boer. Tijdens de maaltijd luisterde hij naar de “de mededelingen voor land- en tuinbouw” op een kleine transistor.
’s Winters werd de stalmest, één of meer keer per week, overgevaren. Zonder ijsgang ging het varen nog wel. Het uit de diepe boot, over de dijk, op een “mestvaalt” kruien van de mest was een zware en soms hachelijke klus. Gleed de boer van de kruiplank dan kwam hij of in de mest of in het ijskoude water terecht. Als hij pech had kreeg ie ook nog de kruiwagen mest over zich heen.

Tussen_Koe_en_Kunst